Loon of dividend: welke strategie om geld uit uw vennootschap te halen in 2026?
De essentie in 30 seconden
- Eind juni 2026 werd via de programmawet de fiscaliteit op dividenden verhoogd. De roerende voorheffing onder het VVPRbis-stelsel steeg van 15% naar 18% (vanaf 1 juli 2026) en die op de uitkering van liquidatiereserves van 6,5% naar 9,8% (vanaf 11 juni 2026).
- Een loon blijft onderworpen aan de personenbelasting en sociale bijdragen, maar bouwt wel uw sociale rechten en pensioen op.
- Een dividend is vrij van sociale bijdragen, maar het fiscale voordeel ervan is door deze hervorming kleiner geworden.
- Tijdens ons webinar van 27 oktober 2026 bespreken we deze afweging uitgebreid in het kader van de optimale uitkering van middelen uit uw vennootschap.
Vraagt u zich af hoe u zich vandaag het best vergoedt: via een loon, een dividend of een combinatie van beide? Sinds de hervorming die eind mei 2026 door de Kamer werd goedgekeurd, ziet die afweging er anders uit.
Wat verandert er sinds eind juni 2026?
De programmawet heeft de fiscaliteit op dividenden van kleine vennootschappen aangepast.
- De verlaagde roerende voorheffing onder het VVPRbis-stelsel stijgt van 15% naar 18% voor dividenduitkeringen die vanaf 1 juli 2026 worden beslist.
- De roerende voorheffing op liquidatiereserves stijgt van 6,5% naar 9,8% voor dividenden die vanaf 11 juni 2026 worden uitgekeerd. Hierdoor bedraagt de totale fiscale druk in beide gevallen voortaan 18%.
- De verlaagde roerende voorheffing onder het VVPRbis-stelsel stijgt van 15% naar 18% voor dividenduitkeringen die vanaf 1 juli 2026 worden beslist. De roerende voorheffing op liquidatiereserves stijgt van 6,5% naar 9,8% voor dividenden die vanaf 11 juni 2026 worden uitgekeerd. Hierdoor bedraagt de totale fiscale druk in beide gevallen voortaan 18%.
- Voor liquidatiereserves die werden aangelegd met betrekking tot een boekjaar dat uiterlijk op 30 december 2025 werd afgesloten, blijft het oude regime gelden (6,5% na 3 jaar of 5% na 5 jaar).
Het loon
Een loon is onderworpen aan de progressieve tarieven van de personenbelasting én aan sociale bijdragen. Daar staat tegenover dat u hiermee sociale rechten opbouwt, zoals uw pensioen, werkloosheidsuitkeringen en ziekte- en invaliditeitsverzekering.
Daarnaast blijft een voldoende hoog loon noodzakelijk om in aanmerking te komen voor het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting. De minimale bezoldiging bedraagt € 50.000 bruto per jaar, tenzij de belastbare winst van de vennootschap lager ligt. In dat geval moet de bezoldiging minstens gelijk zijn aan die belastbare winst.
Het dividend
In tegenstelling tot een loon zijn dividenden niet onderworpen aan sociale bijdragen. Dat blijft een belangrijk voordeel.
Door de recente verhoging van de roerende voorheffing is het fiscale verschil tussen een loon en een dividend via VVPRbis of een liquidatiereserve echter kleiner geworden. Een dividend blijft daarom vooral interessant zodra de minimale bezoldiging van de bedrijfsleider verzekerd is.
Hoe maakt u de juiste keuze?
Samen bekijken we drie belangrijke aandachtspunten:
- Uw behoefte aan sociale bescherming.
- Het respecteren van de minimale bezoldiging om het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting te behouden.
- De timing van dividenduitkeringen in functie van de nieuwe fiscale tarieven.
In veel situaties blijkt een combinatie van loon en dividend nog steeds de meest evenwichtige oplossing.
We bespreken dit tijdens ons volgende webinar
Schrijf u in voor ons webinar op 27 oktober 2026, volledig gewijd aan dit onderwerp.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen over de keuze tussen salaris en dividend
